Nu wél de Wildstrubel rond

18 t/m 21 september 2025

Tijd voor het laatste trailruntoetje van het seizoen. Vanuit Turijn rijden we over de Simplonpas naar Crans-Montana. Het doel: de Wild110.

Vorig jaar was de race een sneeuw- en regenbende, waardoor Erwin, Brian en Suus alledrie op alternatieve parcoursen belandden. Dit jaar besloot Erwin, na uitgeloot te zijn voor de UTMB, voor de ultieme uitdaging te gaan: drie weken na de TDS alweer aan de start van de Wild110 – de volledige ronde om de Wildstrubel, goed voor ruim 6.000 hoogtemeters.

Het weer? Simpelweg fantastisch, en dat blijft het het hele weekend.

We lunchen in de zon bovenop de Simplonpas – pure verwennerij, half september. Halverwege de middag rollen we Crans-Montana binnen, halen de sleutel van ons appartement op en doen het verder rustig aan: een beetje slenteren door het stadje, langs het trail village, en vooral veel rusten tot de race de volgende avond begint.

De dag van de start duurt altijd eindeloos als je pas ’s avonds van start mag. Gelukkig ligt ons appartement pal naast de start, dus we drentelen wat heen en weer, halen het startnummer op en kijken naar de finish van de Wild70.

Dan valt de avond. De spanning stijgt, de laatste calorieën worden naar binnen gewerkt. Om 22:20 uur klinkt eindelijk het startschot.

Suus kan me dit keer moeilijk volgen aan de andere kant van het massief, dus ik zal het grootste deel van de race zelf moeten doen – ook eens goed voor de ervaring.

Ik start in de derde wave en probeer vóór de single tracks wat mensen in te halen. Dat plan lukt aardig. In een gestaag tempo begint de nachtelijke klim naar Varneralp. Suus liep deze klim vorig jaar nog in sneeuwstorm, maar dit keer ligt het er perfect bij. Technisch niet moeilijk, niet al te steil – precies goed om in het ritme te komen.

Boven volgt een lange, heerlijke afdaling naar Leukerbad. De kilometers vliegen voorbij en tot mijn blijdschap staat Suus daar toch, klaar met support. De kop is eraf: eerste 23 kilometer in de pocket en alles volgens plan.

In het holst van de nacht begint dan de steile klim naar de Gemmi-pas: ruim 1.000 hoogtemeters in minder dan 5 km. Ik weet van de Via Alpina dat het een prachtige route is, maar nu is het vooral… pikdonker. Ik vertrouw op het voedingsschema van Naak, wat redelijk goed gaat – al moet ik af en toe wat gas terugnemen om misselijkheid te voorkomen.

Daarna volgt de route naar Kandersteg: eerst goed begaanbare paden, dan steeds technischer terrein. De pace is prima, al zou ik eigenlijk sneller willen. Waarschijnlijk is dat nog de TDS van drie weken geleden die in de benen zit. Gelukkig lig ik ruim binnen de cut-offs, dus geen stress.

Wanneer ik Kandersteg uitloop, kleurt de lucht roze – de zon komt op, en het belooft een warme dag te worden. De klim naar de Bunderschrinde lijkt eindeloos, maar de uitzichten maken veel goed. Ik heb het zwaar, maar verstand op nul en doorstampen blijft het devies. De afdaling naar Adelboden is lang, heet en slopend. Ik loop niet top, maar blijf bewegen, en dat is wat telt.

In Adelboden, op kilometer 60, ligt het grootste aidstation. Tijd om te resetten: droge kleren, bord pasta, veel cola. Zonder support even wennen, maar ik werk efficiënt. Na 25 minuten ben ik weer onderweg richting Lenk.

Vol overmoed, dat wel – en dat breekt me halverwege de klim naar de Hahnenmoospas flink op. Het is ploeteren. In de afdaling sluit ik aan bij een klein groepje en langzaam komt de energie terug. Dat blijft iets magisch bij ultra’s: hoe het ene moment alles op is, en het volgende moment je weer vliegt. Goed gemutst bel ik Suus en Brian en begin aan de etappe naar de Wildstrubelhütte.

In de aanloop, nog niet al te steil, haak ik aan bij een Nederlander en een Belg. De flow is terug, de benen voelen weer levend. Bij het aidstation aan de voet van de klim laat ik m’n metgezellen achter en pak mijn eigen tempo. De pas op in een heerlijke cadans, mensen inhalen, genieten. De laatste kilometer is loeisteil, de wind trekt aan, en het is inmiddels weer donker. Geen uitzicht dus, maar ach – het voelt heroïsch genoeg. Hut aantikken, en dan snel weer naar beneden: in deze omstandigheden wil je niet blijven hangen.

Dan volgt een lang, technisch stuk richting de Tseuzier-dam. Waar het kan, ren ik nog wat, maar het duurt eindeloos. En dan – daar is ze – Suus staat te wachten! Een jaar geleden stond ik hier op háár te wachten, toen in sneeuw en vrieskou. Nu is het zacht, helder, en feestelijk bij het aidstation. Perfecte afsluiting van de nacht. Vol goede moed de laatste kilometers in, terug naar Crans-Montana.

Om iets na twee uur ’s nachts, na net geen 28 uur, loop ik over de finish. Suus staat me op te wachten; geen groot onthaal, geen publiek, maar dat is ook prima. Dat hoort óók bij een ultra.

Ik ben trots — doodmoe, maar trots. De volledige ronde om de Wildstrubel, drie weken na de TDS, ruim binnen de limiet. Van de 1.047 starters haalden er 802 de finish; ik eindig als 719e.

Medaille, wat eten, en dan gauw naar bed. Want om acht uur ’s ochtends vertrekken we alweer richting huis — Erwin duikt de dag erna meteen een vierweekse klus in, en Suus? Die mag alvast de reis naar Cambodja en Laos voorbereiden. Maar daarover later meer. 🌏


Plaats een reactie